Een Bijenvolk:
Een bijenvolk verandert van sterkte naar gelang het jaar kouder of warmer wordt. Dus in de winter zijn er minder bijen in een volk dan tijdens het hoogseizoen (juni-juli). In het hoogseizoen bestaat een bijenvolk uit 50.000 a 60.000 bijen. Dit terwijl in het vroege voorjaar er slechts 15000 bijen in een volk zijn.
Om zo'n bijenstaat levensvatbaar te houden, hebben de bijen al millioenen jaren geleden een leefpatroon ontwikkelt, dat de werkzaamheden perfect verdeelt en wat voortplanting garandeert.
Er zijn drie soorten bijen in een kast, die ieder een eigen specifieke taak hebben en waarin de koningin het absolute middelpunt vormt.
In de zomer betekent dat:
Aantal Soort Taak 1 Koningin Eitjes leggen 300 Darren Voortplanting 50000 Werksters of werkbijen Alle soorten werkzaamheden
Een bijenvolk leeft in een bijenwoning, die door de imkers "kast" genoemd wordt. Er worden ook nog wel met stro gevlochten korven gebruikt.
De belangrijkste taak van bijen in onze biologische omgeving is het bestuiven van millioenen bloemetjes in de natuur en in de boomgaarden van fruittelers. Maar ook in de lange fruittunnels waar aardbeien, bessen, bramen en ander klein fruit gekweekt wordt. Honing is alleen in de natuur en boomgaarden te winnen, maar is niet de belangrijkste taak van bijen, behalve dan om zelf te overleven en te hamsteren voor de winter. Die wintervoorraad wordt door de imker voor het grootste deel afgenomen en hij geeft om de bijen te laten overleven in de winter 15 kg suiker in opgeloste vorm ervoor terug.
De bijen hebben een eigen manier om zichzelf en het hele volk tegen binnenkomende ziekten te beschermen. Echter niet alle plagen kunnen door de bij zelf worden bestreden, de imker moet soms ingrijpen.
De Bijendans:
De communicatie in een bijenvolk wat zo hoog georganiseerd is, moet natuurlijk zeer goed zijn. De eerste levensbehoeften zijn eten en drinken, zoals bij ieder dier en ook bij de mens, maar ook de koningin moet goed verzorgd worden en de bijenwoning moet schoongehouden worden. De bijenwoning moet beschermd worden tegen indringers en moet ook tochtvrij zijn en warm gehouden worden.
Een potje honing kan dagenlang onopgemerkt buitenstaan, maar als het door 1 bij is ontdekt komen binnen zeer korte tijd honderden bijen uit hetzelfde volk ijverig meehelpen om de voorraad naar de bijenwoning te slepen. Door een bijzondere dans op de raat uit te voeren, vertelt een werkbij haar zusters wat voor voedselbron zij ondekt heeft en waar die te vinden is. Hierbij gaat het altijd om nektar en stuifmeel (door imkers altijd 'dracht' genoemd), dat ruim in de bijenwoning aanwezig dient te zijn. Er zijn twee soorten bijendansen, de ene dans is voor voedselbronnen dichtbij -tot 500 meter van de bijenwoning- en de andere dans kan tot zelfs 5 km van de bijenwoning aangeven. De snelheid van dansen is een maat voor de afstand tot de voedselbron. Daarbij geven ze elkaar de lucht door van de voedselbron en bijen hebben een uitermate fijngevoelig reukvermogen. Ook de richting ten opzichte van de stand van de zon wordt doorgegeven.
A: Dans B: Zon C: Voedselbron D: Bijenwoning
In welke richting denkt u dat de drachtbron ligt?
1. De dansrichting is recht naar boven. De dracht (voedselbron) in de richting van de zon
2. De dansrichting is 60 gr. naar links. De dracht 60 gr. links van de zon.
3. De dansrichting is 120 gr. naar rechts. De dracht 120 gr. rechts van de zon.
4. De dansrichting is recht naar beneden. De dracht ligt in de richting tegenovergesteld aan de richting van de zon.
De bijenwoning:
Sinds bijen uit het wild door mensen werden gevangen en in 'bijenwoningen' zijn gestopt is er veel veranderd. De eerste bijenwoningen waren toen holle of uitgeholde stukken boomstam, die erg zwaar en moeilijk te verplaatsen waren. Later zijn andere bijenwoningen ontworpen, zoals de diverse maten korven, die van gerstestro werden gevlochten. Maar men zocht steeds verder naar makkelijk hanteerbare en verplaatsbare bijenwoningen. Toen de houten uitneembare kasten werden ontworpen gingen de korven er steeds meer uit, vanwege het voordeel van het goed kunnen nakijken van een volk en ook het honingwinnen van een volk, dat nu makkelijker is. Men moest vroeger bij een korf alle raten eruithalen, voordat men bij de honing kon komen.

Er worden nog steeds korven naast kasten gebruikt, echter bijna nooit meer om honing te winnen. Dat gebeurt alleen nog op de heide en dan om de zogeheten raathoning te winnen.
![]() |
A= Dak met zink bekleed
B= Afdekplaat C= Reisraam met horregaas D= Honingkamer E= Koninginnerooster F= Broedkamer G= Afsluitbaar vliegplankje
Doorsnede van een spaarkast. |
Een kast is vaak opgebouwd uit 2 broedkamers en 1 honingkamer. Een broed- of honingkamer hebben ieder 10 raampjes, waar aan beide zijden door de bijen raat is opgebouwd. Dat betekent dat een oppervlakte raat van 3,5 vierkante meter aanwezig is voor de bijen om op te zitten.
De honingkamer is altijd bovenin de kast, omdat de bijen hun voorraad altijd boven het broednest opbergen. Van die eigenschap maakt de imker gebruik om zijn honing van de bijen te winnen. Een enkel honingkamerraampje kan 1 kg honing bevatten, maar de raampjes zitten niet altijd zo vol.
De Koningin:
De koningin is de langstlevende van het volk, ze kan ongeveer 5 jaar oud worden. De oorzaak hiervan is, dat ze altijd met koninginnengelei gevoerd wordt door de verzorgende bijen.Ze is de belangrijkste bij in het volk, want ze is de enige die eitjes kan leggen. In het hoogseizoen zijn dat wel 3000 eitjes per dag, hetgeen meer is als haar eigen gewicht! Verspreid over het hele jaar zijn dat ongeveer 200.000 eitjes.
Een jonge koningin is rijp voor bevruchting tussen haar 6de en 21ste levensdag. Ze gaat dan op bruidsvlucht en paart met ongeveer 10 tot 12 darren. Daarna verlaat ze de kast nooit meer voor een aanvullende bruidsvlucht. De ontvangen sperma bewaart ze in een kleine spermatheek tot haar dood. Bij het bevruchte eitjes leggen gebruikt ze 1 sperma-tje per eitje. Ze kan jaren toe met de spermavoorraad. In een spermatheek kunnen wel tot 2 millioen sperma-tjes jaren goed bewaard blijven.
De koningin kan bevruchte en onbevruchte eitjes leggen. Uit de bevruchte eitjes komen de werksterbijen en uit de onbevruchte eitjes de darren. De cellen waarin de koninging de onbevruchte eitjes legt zijn iets groter en ze inspecteerd met haar voorpoten eerst hoe groot het celletje is, alvorens er een eitje in te leggen. De darren zijn het mannelijke genetische evenbeeld van de koningin. Een dar heeft dus geen vader. Dit heet partenogenese in de biologie.
De koningin wordt meestal maar 2 tot drie jaar oud ook omdat de imker haar liever niet ouder laat worden. Ze gaat namelijk hoe ouder ze wordt, steeds minder eitjes per dag leggen. En veel eitjes betekenen een groot volk met veel bijen, die een overschot aan honing kunnen halen en veel bloemen kunnen bestuiven. Een oudere koningin houdt het volk ook niet makkelijk bijelkaar, want ze produceert te weinig koninginnenlucht (het feromoon 9-oxodeceenzuur) om haar heen. Bij te weinig van deze feromoon willen de werkbijen gaan zwermen en zwermen halveert het volk weer, dus een jonge koningin op een kast is het beste. Deze feromoon is zeer belangrijk, want van zwermen houdt de imker niet en bij voldoende van dit feromoon worden er ook geen darren aangetrokken, omdat deze de kast niet attraktief zullen vinden.
Werkbijen:
De werkbijen zijn het grote leger, dat alle werkzaamheden in de kast verricht. De werkbijen of werksters kunnen geen eitjes leggen, hun geslachtsorganen zijn slechts rudimentair ontwikkeld. Ze zijn geboren om te werken voor een ver nageslacht, want ze leven zelf maar een week of zes in het hoogseizoen. Het schema waarin het verloop van de werkzaamheden wordt weergegeven is afhankelijk van de ontwikkeling van een aantal lichaamsklieren, zoals de voedersapklieren voor het voeren van de larven en de wasklieren voor het bouwen van raat
Na de geboorte van de jonge werkster zijn haar werkzaamheden als volgt:
| Levensdag: | Taken: |
| 1-2 | -Cellen poetsen en broed verwarmen. |
| 3-5 | -Voederen van de oude larven. |
| 6-11 | -Voederen van de jonge larven en de koningin. |
| 12-17 | -Wasproductie en ratenbouw. Verwerking van nectar tot honing. |
| 18-21 | -Wachtdienst aan het vlieggat. |
| 22-42 | -Bloemenbezoek voor het verzamelen van nectar en stuifmeel. Ook propolis en water te halen is hun taak. |
| 43-45 | -Afsterven. |
Een werkbij sterft in het hoogseizoen nooit van ouderdom, maar wegens slijtage. Van het heen en weer vliegen slijten zijn vleugeltjes (scheuren, stukjes eruit) en op een gegeven moment kan hij de kast niet meer halen. Hij verkleumt dan 's nachts of een mees vindt haar, die een bijtje niet versmaad. Alleen 's winters leven werkbijen langer, want dan hoeven ze niet te werken en zitten met z'n allen op een tros in de kast.
EEN WERKBIJ BEWIJST DAT JE VAN WERKEN SLIJT !!!
Darren:
De darren zijn de manlijke bijen, die zich door de werksters laten verzorgen. Hun enige levenstaak is het bevruchten van de jonge koninginnen. Daar zijn ze dan ook lichamelijk helemaal naar geschapen. Ze zijn groter en sterker dan de werkbijen en hebben overbemeten geslachtsorganen. Ze zijn tussen de 12de en de 21ste levensdag geslachtsrijp. Ze vliegen bij warm weer uit en zoeken elkaar op bij bv een hoge boom in de omgeving. De geslachtsrijpe koningin, die langs komt vliegen krijgt een hele kegel van darren achter zich aan en de fysiek sterkste dar zal haar boven in lucht bevruchten. Daarna zal de dar dood ter aarde storten, want dat kunstje kost hem zijn leven. Dat gebeurt zo'n 20 tot 25 keer achter elkaar, waarna de koningin huiswaarts vliegt en nooit meer in haar hele leven op bruidsvlucht gaat. Ze bewaart de sperma van de darren soms 5 jaar lang in een kleine spermatheek in haar onderlijf tot ze doodgaat.
Als het seizoen afloopt en er geen koninginnen meer bevrucht hoeven te worden, neemt het aantal darren in de volken af. De werkbijen vinden de darren ook overbodig geworden, want ze doen niets meer en het zijn dus alleen nog maar opeters. In augustus begint dan ook de "darrenslacht". Darren die de kast uitgewerkt worden en darren, die de kast niet meer inmogen en vaak afgestoken worden. De darren verkleumen buiten de kast en de mezen en andere insecteneters nemen het ervan, want zo'n hapje is een lekkernij.